Categorieën
Familie Opgelucht Teksten

De nooit verstuurde brief aan mijn ouders

Lieve mama en papa,

Wat heb ik jullie lief en wat hou ik enorm veel van jullie.

Groetjes en kusjes.

F.

Ps:

Dit zijn de woorden die ik je nooit kon vertellen.

Weet je nog mama? Dat ik 5 jaar was. We verhuisden van de flat naar een eengezinswoning? Ik pakte mijn fietsje en ging op buurtonderzoek uit. Ik vond een gigantische speeltuin achter ons nieuwe huis. Zo eentje met een glijbaan die tot in de hemel kwam. En schommels. Schommels waar ik uuuuuuurenlang op kon schommelen. Droomde van een wereld mooier dan wat zou komen. Een rad. Ik durfde erin te liggen, me goed vast te houden en keer op keer over de kop te gaan. Het leek net het echte leven die later zou komen.

Weet je nog dat ik gezocht werd, gevonden werd en weer opgesloten werd. Ik mocht nooit meer naar die speeltuin. Regelmatig keek ik met tranen in m’n ogen vanuit mijn kamer naar de spelende kinderen. Ik was verdrietig en begreep niet waarom niet alle kinderen hetzelfde konden zijn.

Weet je nog mama? Dat ik 7 jaar was. Ik kon al lezen en kreeg van meneer Molenaar Donald Duckjes als ik de oude kranten naar hem bracht. In één van die Donald Duckjes stond: Nu gratis (…)!

Ik vulde mijn gegevens in, mijn naam en adres en alles. En trots dat ik was dat ik dát kon. Ik deed de brief op de post en een week later hadden we de Donald Duck. Met een rekening. Weet je nog wat er gebeurde? Mama, weet je nog dat jij en papa het hadden geannuleerd? Maar dat 2 weken later toch weer een Donald Duck in de brievenbus lag. Weet je nog wat er toen gebeurde? Ik vond dat zó ongelooflijk onterecht!

Weet je nog dat ik alle ouderavondbrieven verstopte. Want ik wist wat er ging gebeuren als papa thuis kwam. Een 6 voor rekenen was nooit voldoende en als de juffrouw vertelde dat ik me niet concentreerde, was dit genoeg aanleiding tot… nou ja.. jij, papa en ik weten het wel.
Ik deed alsof ik sliep en zat in angst en spanning te wachten tot het moment dat de trap woest beklommen werd. Ik wist dat er 3 seconden zaten tussen de eerste trappenstap en de ruk aan mijn haar.

Lieve mama, weet je nog dat ik heel graag naar de bieb wilde gaan, omdat ik een spreekbeurt had? Ik mocht niet gaan. Ik moest nooit vragen waarom, want die vraag ging gepaard met negeren of harde fysieke botsingen. Ik haalde toen een onvoldoende. En kon niet uitleggen aan de juf dat ik niet mocht gaan.

Lieve mama… er zijn zoveel dingen gebeurd vroeger. Maar jullie wisten niet beter. Jij en papa wisten niet wat opvoeden was. Jij en papa oefenden op mij, als jullie eerste kind. Jij en papa hebben al jullie energie aan mij verspild.

Lieve papa en mama… ik vergeef jullie voor bijna alles wat er gebeurd is. Omdat ik weet dat het niet anders kon. Omdat er geen kennis was. En vooral omdat ik van jullie hou.

Mama, je vertelde me laatst, voor het eerst in je leven: “Mijn dochter, als ik wist wat ik nu weet, had ik die fouten nooit gemaakt.” Voor mij stond dat gelijk aan je excuses maken.

Terwijl ik dit schrijf, gaat mijn hart tekeer, zijn mijn handen trillend en ijskoud, en heb ik een zakdoek bij de hand.

Inmiddels zijn we zoveel jaren verder. Ik heb een gehuwd leven gehad, en ben gezegend met drie kinderen en de liefste en mooiste ex die iemand zich kan wensen. Ik zou willen dat het leven wat simpeler en makkelijker was, helaas is dat niet zo.

Ik ben een volwassen vrouw en over 3 jaar ben ik 40 jaar. Ik leef zoals ik wil leven en zoals ik denk dat goed voor me is. Ik heb de liefste man. En deze man wil ik nooit meer kwijt.
Lieve mama.. weet je dat in de tijd van de profeet er moslimvrouwen waren die gehuwd waren met niet-moslimmannen? En wist je dat de tijd van de profeet een andere tijd is als deze tijd. Toen waren mannen de baas, zij gaven de religie door aan de kinderen en zij leerden wat goed en slecht was.
De tijden zijn veranderd lieve mama. We leven in een maatschappij waar je ook andere mensen kunt tegenkomen dan alleen moslims.
Ik ben toevallig Paul tegengekomen. Hij is de meest lieve, zachtaardige, niet veroordelende man die ik ken. Paul houdt van mij als moslima en hij zal nooit mijn religie bestrijden, mij belachelijk maken of mij van mijn geloof afhouden. Integendeel.

Ik wil mij niet schamen voor mijn liefde voor een niet-moslim. Ik wil trots zijn op ons als eenheid. Ik wil laten zien dat je uit liefde voor Allah en uit liefde voor de liefde heel veel kunt.
Dat hokje waar ik .. en velen met mij, in zijn geplaatst – het hoe-het-moet-hokje – is me te klein geworden. Ik probeer verder te kijken, breder, beter.

Lieve mama, Paul en ik zijn bijna 3jaar samen. Zou je omwille van jouw liefde voor mij, Paul een kans willen geven? Zou je willen en durven accepteren dat niet iedereen hetzelfde denkt als jij? En dat een ieder verantwoordelijk is voor eigen daden?
Lieve mama.. ik zou van de daken willen schreeuwen hoe groot mijn liefde is voor Allah.. voor jou.. en voor Paul!! Maar kunnen mijn grote liefdes ooit de handen ineen slaan en uit liefde de acceptatie vormen die ik mijn hele leven al heb gemist??

 

Deze blogpost verscheen ook op Republiek Allochtonië.

Categorieën
Familie In gesprek Opgelucht Teksten

In gesprek met…

De zon scheen laag, en omdat ik reed deed ik het zonneklepje in de auto omlaag en keek voor me uit. Zij deed het zelfde. De vragen brandden op mijn lippen, maar steeds durfde ik ze niet te stellen. Of was er geen gelegenheid. Of geen tijd. Ik had altijd haast en was altijd met mezelf en mijn mobiel bezig. Om de tijd te doden en niet confrontaties aan te gaan en wonden van vroeger open te krabben.

Mijn tante was overgevlogen uit Marokko. Samen met haar man zijn ze hun dochter gaan bezoeken die in België woont. En ook mijn ouders werden verblijd met een bezoek van een klein weekje. Omdat ik haar al langer dan tien jaar niet meer heb gezien, ben ik even op bezoek gegaan.
Zolang het over anderen ging, was er een gesprek en soms zelfs een discussie. Ik kom in het Marokkaans nooit goed uit de verf, dus bleef ik soms haperend in een zin steken die vervolgens als sneeuw in de zon wegsmolt.
Het contact bleef oppervlakkig. Later begreep ik waarom iedereen vroeg naar bed ging. Ik
ben die Marokkaanse gezelligheid verleerd. Of eigenlijk, ik heb die gezelligheid nooit goed
gekend. En zocht naar hulpmiddelen om mee te doen.
Maar dat mislukte.

In de auto dacht ik na over het contact dat je kunt hebben met familieleden. Over het contact dat ik heb met mijn zussen. Zouden mijn moeder en haar zussen met elkaar kunnen praten over waar hun kinderen mee bezig zijn? Zou er een schaamte zijn? Of is de afstand behalve letterlijk, ook figuurlijk een gapend gat geworden door de jaren heen?
Speelt generatieverschil een rol? Mijn moeder is in Nederland blijven hangen in het Marokko van de jaren 80. Terwijl mijn tante redelijk de moderne tijd heeft mee kunnen maken.

Ik nam diep adem en zuchtte mijn vraag eruit: “Moeder, hoe is jouw contact met je zus? Waar hebben jullie het over? Bespreken jullie problemen met elkaar? Of verdrietige momenten?”
Ze bespraken niet echt veel. Er was wel humor. Mijn moeder begreep de Marokkaanse humor als geen ander. Dat verleer je niet, en tegelijkertijd is het moeilijk aan te leren als je het niet kent. “Waarom zou ik het over verdrietige zaken moeten hebben, terwijl je juist een aangename tijd wilt bezorgen. En nee, we praten niet over onze kinderen. Wel als we ergens trots op zijn. Maar ik ga niet vertellen wat jij ‘uitspookt’ of conflicten die ik heb met één van je zussen.”
Op de vraag waarom, bleek het antwoord logischer te zijn dan het lijkt. Je deelt geen ellendige persoonlijke dingen met iemand die te ver weg zit. Je deelt ze zelfs niet met mensen die dichtbij zijn. Want dat is ‘hashoema’!

Op dat moment realiseerde me dat mijn moeder inderdaad nooit dingen besprak met anderen. Wat lijkt mij dat ellendig eenzaam. Nooit je hart kunnen uitstorten bij een vriendin. Nooit een probleem waar je tegenaan loopt kunnen bespreken met een iemand die hetzelfde meemaakt of heeft meegemaakt. Sowieso niet geloven in vriendschappen.

Ik heb daar de nodige klappen van meegekregen. Ik heb het mezelf later, met vallen en opstaan, moeten aanleren. Vriendschappen opbouwen, iemand hebben waar je op terug kunt vallen. En nog steeds zit er een diep ingeworteld gevoel van eenzaamheid. Het niet dúrven of kúnnen terugvallen op iemand die je vertrouwt. Of nog dieper.. wie vertrouw ik eigenlijk. Heb ik wel vrienden die ik midden in de nacht kan bellen? Ik werd overspoeld met een onbestemd gevoel. De basis die toch, hoe je er ook tegen vecht, aan je blijft knagen. De basis, die gelegd is door mijn moeder.
Hoe meer ik haar bevraag, ondanks de pijn en conflictvorming, hoe meer ik haar begrijp en zie. Vroeger werden vriendinnen me verboden. Omdat je ze toch weer verliest, ze geen goede invloed op je hebben en misschien wel een bedreiging vormden. En vast nog meer onverklaarbare redenen.

Ik keek, terwijl ik afwezig de afslag miste, voor me uit. En vanuit mijn ooghoeken zag ik mijn moeder verbaasd naar mij kijken.

Zoveel vragen die nog op m’n lippen branden..

 

Categorieën
Teksten

Ik mis iets, in mijn bodem!

(Dit stuk verscheen eerder op Frontaal Naakt)

Soms kom je mensen tegen die je boeien, die je verrassen en je raken. En soms zou je het liefst zo hard mogelijk willen wegrennen. Nu gebeurt dat niet snel, maar laatst overkwam mij dat.

Op een beurs raakte ik in gesprek met een man. Op het eerste gezicht een aardige man. Maar goed, ik heb geleerd niet meer op eerste gezichten af te gaan. Want als de masker af is, weet je nooit wat je tegen zult komen. Na wat grapjes vroeg de man me waar ik vandaan kwam.
Vaak voel ik waar zo’n gesprek naartoe gaat en om het te redden, geef er een draai de andere richting op. Deze keer was er weinig ontkomen aan. De man leek geïnteresseerd in mijn achtergrond. Overgeïnteresseerd!

Ik antwoordde naïef en beleefd dat ik in Lelystad woon. “Oh u bedoelt mijn geboorteplaats?! Dat is Sassenheim.” Ik glimlachte en zag aan zijn gezicht dat het
niet de juiste antwoord was. “Ja, ok, maar je achtergrond is niet Nederlands toch?”
probeerde hij.
“Wat bedoelt u met ‘mijn achtergrond?”
“Waar komen je ouders vandaan? Ik durf te wedden dat zij niet van Nederland zijn.”
“Ohhh, mijn ouders”, zei ik zogenaamd nietsvermoedend. “Die komen uit Marokko.”

In zijn ogen zag ik intense opluchting. Hij kon het niet uitstaan dat hij me niet snel genoeg in een hokje geplaatst kreeg. Zijn lichaamstaal sprak boekdelen, alsof hij wilde zeggen “Ik begon al te twijfelen, maar ik ben niet toch niet gek!”

Dit waren momenten waar ik voor vreesde. Als iemand dolgraag, kosten wat kost, mijn afkomst wil weten, voorspelt het doorgaans weinig goeds. Quasi geïnteresseerd vroeg hij door met een groen sausje. “Hoe komt het toch jullie Marokkanen vaak zo crimineel zijn? Ik bedoel, voornamelijk de jongens hoor. De meiden doen het best goed. Kijk, ik kom uit Schiedam, en daar moest je echt niet na 20u de straat op, want dan werd je zeker beroofd. Nee, ik ben zelf nooit beroofd.”
Ik probeerde de vriendelijke mentaal uitgedaagde man met inmiddels kwijldraden langs zijn kin te onderbreken. “Meneer, wat vervelend dat u zich zo bang voelt. Lijkt me echt een vreselijk gevoel om continue in angst te leven. Helaas moet ik u bekennen dat elke groep rotte appels heeft.” Dooddoeners FTW, dacht ik in mijn sarcasme. Aan de andere kant, wat valt er nog te discussiëren met deze man?

De vriendelijke man vervolgde: “Kijk, wij hier in Nederland, vinden het soms lastig te begrijpen waarom jullie Marokkanen zo crimineel zijn. Waar ligt dat toch aan?”
Hij keek me verwachtingsvol aan, intens hopend op mijn verlossende antwoord. Ik had hem van alles kunnen uitleggen, over het niet (volledig) kloppen van zijn stelling, over de opvoeding, over CBS-onderzoeken, enz. Ik besloot wijs mijn mond te houden en mijn schouders op te halen.

Godzijdank had de man zelf een briljante verklaring: “Ik heb me laten vertellen. En volgens mij kan het ook niet anders. Namelijk dat… (even was hij stil, met een intelligente vinger op zijn kin) … dat er in de Marokkaanse bodem aan bepaalde grondstoffen ontbreekt. Daarom zijn Marokkanen zo crimineel!!”
Hij keek me aan met een voor mij onbekende grootsheid, alsof hij zelf in de Marokkaanse bodems was gaan graven, op zoek naar hetgeen ontbreekt in de Marokkaanse bodem.

Mijn verbazing onderdrukkend en kijkend op mijn horloge die ik niet om had, vertelde ik hem haastig dat ik ontzettend moest rennen. Want stel je voor dat zelfs mijn Marokkaanse te-laat-kom-praktijken ook toegedicht zouden worden aan het gebrek in mijn bodem.

woestijn-marokko