Categorieën
Opgelucht Teksten Voordrachten

spoken word: “Zwarte Bladzijde”

Naar aanleiding van de tentoonstelling “Manumission” van Shehera Grot is er door haar, in samenwerking met Derek Otte, een spoken word “Zwarte Bladzijde” georganiseerd.

De tentoonstelling van Shehera gaat over ‘150 jaar afschaffing van de slavernij; Beeldende kunst, zonder woorden!’ en is tot 1 september te zien in Rotterdam bij Roodkapje (adres: Teilingerstraat 128).

Categorieën
Familie Teksten Voordrachten

“Mijn omaatje” voordracht op ‘Oorsmeer’ (2012)

Voordracht op ‘Oorsmeer’ in Rotterdam.
Bekijk ook de volledige tekst.

http://www.youtube.com/watch?v=hGxBorOus50

Categorieën
Familie Teksten Voordrachten

Mijn omaatje

Het blog ‘Mijn omaatje’ werd 12 maart Blogparel 2012- winnaar!

“Dinsdag 12 maart werd op het Blogbal de winnaar bekend gemaakt van “Een soort van Blogparel 2012”. Een glansrijke winnaar zelfs, want het verhaal won zowel de besloten stemronde als de publieksronde. Berend Quest, de organisator van “Een soort van Blogparel” vertelde dat het bijna niet anders kon, omdat maar liefst twintig inzenders het winnende blog hadden aangemeld.

Het winnende blog van de Soort van Blogparel 2012 is geworden: Mijn omaatje van Amoorah. Ze was aanwezig en droeg het verhaal voor aan een aandachtig luisterend publiek.”

Als we na drie hele dagen, suf, vermoeid en stinkend kwamen aanrijden in mijn ouders Volkswagen Transporter, stond m’n omaatje er al. Ze stond voor het raam te gluren om te zien of ze het geluid van onze oververhitte bus goed had geïnterpreteerd. Het busje reed langzaam over het hobbelige zandweggetje terwijl de kinderen uit de buurt er achter aan renden. Het was een hele happening..

Mijn omaatje…

Ze was 1,50 m. groot, ze kwam net bij m’n toen nog minimale borsten. Ze was klein, fragiel. Haar dunne pikzwarte haren lagen gedrapeerd in een scheiding op haar hoofd. Daar bovenop droeg ze een hoofddoek naar achter geknoopt. De zomen van haar traditionele jurk buitenom dubbelgevouwen in haar riem. Hierdoor was haar witte pofbroek zichtbaar. Haar mouwen omhoog gehouden, door een lange elastiek waarvan de uiteinden aan elkaar vastgeknoopt; het vormde een cirkel. De ene kant van het elastiek embrasseerde de gerimpelde huid van haar frêle armpjes, waardoor haar mouw omhoog bleef. De rest van de elastiek vormde een kruis op haar rug en omstrengelde ook haar andere arm.
Haar ingevallen ogen keken zorgelijk en tegelijkertijd zorgeloos.

Haar lieve stralende glimlach was eindeloos. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Als ik haar glimlach in een flesje kon vereeuwigen, zou ik het als mentale voeding gebruiken om mijn geluk te behouden. Maar dit is een ontzettend egoïstische gedachtegang. Ik denk dat ik honderden, zo niet duizenden mensen er gelukkig mee zou hebben gemaakt, als ik het niet voor mezelf had willen houden.

In mijn jongere jaren vloog ik m’n omaatje in de armen. Ze zoende me over m’n hele gezicht en liet geen gras groeien over haar blijdschap dat we er weer waren. Later kuste ik haar voorhoofd. Deze traditie ben ik blijven houden tot ze er niet meer was, al moest ik steeds verder naar beneden buigen.

Mijn omaatje vermaande mijn moeder goed voor haar man te zorgen. Een warm badje te halen voor zijn voeten, zodat hij op de meest verwennende manier kon bijkomen van de reis. M’n moeder lachte dat terecht weg. Immers, wie ontbijt op bed wil, moet maar in de keuken slapen! Gek omaatje!

Mijn omaatje had 12 kinderen. Zes in de hemel en zes op aarde. Als ze erover vertelde, voelde ik haar pijn en verdriet. Ze is van alle kinderen zelf bevallen. In die tijd bestond er nog geen kraamhulp, laat staan vroedvrouwen. Daarnaast was ze redelijk geïsoleerd. Ze wilde weinig van de boze buitenwereld weten. Waarschijnlijk gebeurde dit met alle tevredenheid van opa. Ze sloeg een groot laken over een balk aan het plafond en hangend aan dat laken schonk ze al haar kinderen het leven. Ze was een tough woman!

Mijn omaatje trouwde op haar twaalfde en beviel van m’n oudste tante. Haar tweede huwelijk was met mijn opa op haar veertiende. Mijn strenge opa die weinig duldde. Zo ging dat toen!
Je trouwde jong.

Het leven tekende haar gezicht. Elk fijn lijntje had een betekenis. Elk rimpeltje op haar mooie gezicht vertelde een verhaal. God, wat moet mijn omaatje intens verdrietige momenten hebben gekend. Ze streelde mijn gezicht en schudde haar hoofd. “Nee, mijn kind!”, zei ze geruststellend. “Allah voorziet in alles. Allah veegt mijn tranen af en Allah geeft me waar ik recht op heb. En ik, mijn kind, ben daar dankbaar voor.”

Als ik daar was, zorgde ik voor haar. Al ging mijn interesse soms naar de leuke jongens op de hoek van de straat. Mijn omaatje vertrouwde mij haar portemonnee toe. Omdat haar eigen zoon haar bestal. Ze vertelde me over een groot deel van haar leven.
Ik vroeg haar weleens waarom ze altijd bij opa is gebleven. Ze vertelde me dat hij haar hoofd kuste. Hij lieve koosnaampjes voor haar had verzonnen. Hij haar nooit met geldzorgen opzadelde. Hij altijd goed voor het gezin heeft gezorgd. Hij altijd boodschappen haalde en haar er nooit mee belastte. Ze vertelde me dat zij en opa een geheim taaltje hadden verzonnen, om zaken die niet voor andermans oren bestemd waren, te bespreken. Ik vroeg haar om me dat te leren. Het waren de normale Marokkaanse woorden die we gebruikten, maar dan achterstevoren. En dan hele zinnen. Hele verhalen. Ze hadden hun eigen taaltje. Ik herinner me de klank nog, maar ik kon het toen nog niet plaatsen.

Mijn omaatje waarschuwde me voor mannen. Ze was de eerste en enige die m’n toenmalige liefde, mijn Surinaamse ex, goedkeurde. Ze gaf me gevraagd en ongevraagd advies over het leven. Ze smeekte me mijn hoofddoek af te doen, omdat ik daar nog te jong voor was. Daar waar anderen zich zouden afkeren van andersdenkenden en andersuitzienden, communiceerde mijn omaatje met handen en voeten met de Surinaamse oma van mijn ex. Ze gaf haar een kussentje zodat lekker languit op de bank kon liggen. Vouwde haar handen op elkaar onder haar hoofd. “Ga lekker liggen” zei ze dan in het Marokkaans. De oude dames begrepen elkaar. Taal is slechts het instrument, het lichaam en de vriendelijkheid zijn de verheven spelers.

Mijn omaatje wilde dolgraag dat ik een kind kreeg. “Ik wil hem heel graag zien!” zei ze dan enthousiast. Toen ik zwanger was, belde ik mijn omaatje op. Ik moest en zou naar Marokko gaan, zodat ze hem kon zien. Nog even wachten, lief omaatje. Na de bevalling! Na de bevalling breng ik je mijn kind. Ze gaf me hoop. Ik moest me geen zorgen maken. Het zou allemaal goed komen.
Vandaag is mijn omaatje precies 10 jaar geleden overleden. Mijn zoontje overleed zes dagen later.

Mijn omaatje leerde mij om te dragen wat me toekomt. Ze leerde me om te accepteren, omdat Allah in alles voorziet. Niet getreurd!
Mijn omaatje was met haar 1,50 m. een universeel symbool voor hoop.