Categorieën
Opgelucht

Carpe Diem

Het was een routinedag. Om 7u opstaan, alle zorg voor de meisjes in goede banen leiden. En ze vooral veel zelfstandig laten doen. Me ergeren als er conflicten ontstaan over kleding. Me ergeren aan kleine ruzietjes tussen de meisjes om iets (voor mij) onbenulligs, maar voor hen van levensbelang… zaken zoals van wie de Barbieschoentjes zijn.

Het gebeurt allemaal in de, soms nogal stormachtige, ochtenden. Daarna breng ik de meisjes opgelucht naar school. Even geen gezeur, geen gedram, energie sparen voor een dag in de winkel.
Soms lastige klanten, waarbij je met de grootste hartelijke glimlach iemand moet blijven bedienen.
Soms leugenachtige klanten die bij hoog en laag beweren dat hun product maar 9mnd oud is, en niet 2jr, zoals in de computer staat. En dus recht hebben op garantie.
Mn lieve collega en ik lachen het weg. Voorheen aten we het ook weg, want voer verbond ons, maar nu willen we allebei opletten op wat we naar binnen krijgen. Dus blijft het weglachen over. Hoewel we pas een moment van zwakte hadden waarin we ons sterk hielden. In plaats van een hele Turkse pizza, deelden we er eentje. Met lekker veel knoflook. En daar kwam die vriendelijke man de winkel binnen. Hij wenste ons ‘eet smakelijk’ waarop we tegelijk met volle mond ‘dank U’ antwoordden.
Ik rende naar de keuken, waste m’n handen, en kwam met m’n knoflookbek terug. Niet een al te grote glimlach, anders zou er nog iets tussen m’n tanden zitten. De bril voor zijn kind was klaar. In een vlaag van maatschappelijk werkster die ik nog steeds ben, vroeg ik door op zijn kind. Er was iets mee, dat hoorde ik aan zijn stem en maakte ik uit zijn opmerking.
Drie kwartier herinnerde ik me een oud wijsheid: Leef alsof je nog een heel leven voor je hebt, maar leef je dag alsof het je laatste is. Oftewel: Carpe Diem, zoals die man het zei. En waarom maken we ons druk om zaken die er niet altijd toedoen. En er zijn ergere dingen in de wereld.
Natuurlijk is leed nooit vergelijkbaar. Maar toch…
De man vertelde het bijzondere verhaal over zijn zoontje die op 3jarige leeftijd leukemie kreeg.
Hij vertelde, mede door ons doorvragen, over het leven sindsdien, wat het in hem en hoe het hem heeft veranderd. Nu, 3jr later is zijn zoontje genezen verklaard. Maar staat nog onder controle uiteraard.
Zijn verhaal bleef me bij. Het zal je maar overkomen dat je 3jr lang in angst zit dat je kind mogelijk aan het sterven is. En dat gebeurt nog veel in Nederland.
De man liep weg… Carpe Diem.. Hij genoot.. vanmiddag zou hij zijn zoontje weer een beetje loslaten.
Door de drukte in de winkel ebden mijn gedachte over de man langzaam weg. Het werd rustig en er kwam een oudere dame binnen. Of we een boek van haar wilden kopen. Weerstand kwam als een automatisme op. Ze begon te vertellen:
Haar kleindochter heeft een boek ‘gemaakt’. Ze had 2 kinderen in haar omgeving verloren aan kanker. En besloot een verhaal te schrijven erover. Ze vroeg haar klasgenootjes van groep 8 of ze ook een verhaal over hun ervaring wilden schrijven. Het meisje, Demi Brama die 11jr is, heeft wat sponsoren gezocht en heeft alle verhalen van de kinderen verzameld en samengevoegd.
Zo is dit boek ontstaan.
SAMSUNG
Dit boekje kost maar 9 euro. En alle opbrengst gaat Stichting Kinderen Kankervrij, Stichting KiKa dus.

Ik ben zelf niet zo van het aandacht vragen op deze manier. Maar ik doe het toch.

Ik heb er één gekocht! Heb jij interesse in één boekje of meer mail me dan s.v.p. op fadwakartoubi@gmail.com.

Categorieën
Opgelucht

Hoog bezoek

Ik hoorde het getik van de regen op de ramen van mijn slaapkamer. Zacht en gemoedelijk. Het was stil in huis. Opvallend stil. Ik was even uit mijn bed gekropen om te plassen, en kwam er beneden achter dat mijn ouders opnieuw niet thuis waren. Vaak gingen ze weg, op bezoek bij kennissen. Ik was er inmiddels aan gewend geraakt. Dan bleef ik wakker tot ze thuiskwamen. Stel dat er iets zou gebeuren, een inbreker, of er zou brand ontstaan, terwijl m’n broertjes en zusjes sliepen. Ik kon het dan niet laten op de bank door een kleine opening in de gordijn naar buiten te gluren. Eindeloos, tot ze weer thuiskwamen. Dan rende ik vliegensvlug naar boven. Dit hoefde niet meer. Gelukkig?

Ik vroeg het me af. Zo blij was ik niet met zijn komst. In het begin moest ik wennen aan zijn aanwezigheid. Hij, mijn oom, was wel aardig, nam ons mee naar een speeltuin. Soms gaf hij een gulden, dan mochten we een chocoladereep halen.

Na 2 maanden bij ons thuis, sprak hij weer vloeiend Nederlands, hij had een paar jaar geleden ook in Nederland gewoond. Ik zat regelmatig bij hem op zolder, ik zat in de pubertijd en was nieuwsgierig naar zijn bezigheden en verhalen. “Die vrouwtjes willen me, en ik ben heel goed!”, wist hij me te vertellen. Waar hij goed in was, moest ik naar gissen.

“Waarom ben je eigenlijk naar Nederland gekomen? Hoe verdien je je geld als je geen werk hebt?”, vroeg ik geïnteresseerd. Hij kon mij dan glimlachend geruststellen dat hij kwam voor de papieren. “Trouwen met een “mooi blond wijfie”, lekker [hij maakte een onbegrijpelijk klapgebaar met z’n handen] en als ik m’n papieren heb, weer scheiden”. Ik knikte dan half begrijpend.

Hij nam me steeds meer in bescherming tegen m’n ouders. Als ik weer tien minuten te laat thuiskwam, verzon hij een excuus. “Laat haar, ze moest nog wat doen op school. Ja ik ben al gaan controleren,” zei hij dan. Ik was verbaasd over hoe mijn ouders smolten onder zijn handen, maar tegelijkertijd kwam het mij goed uit en maakte ik er gebruik van. Ik had een bondgenoot, en hij zou me niet verraden. Ik kon nu veel meer doen, had meer vrijheid.

Op de zolder, draaide hij muziek en rookte hij met het raam open. Het stonk! Ik vroeg of alle sigaretten zo stonken. Dat was niet het geval en bood me een Marlboro sigaret aan. Ik stamelde dat ik niet rook, maar hij drong erop aan. Beloofde me niets te zullen vertellen aan mijn ouders: “Hier probeer maar. Voor deze [en hij wees naar de joint tussen zijn vingers] ben je nog te jong.” Mijn eerste sigaret ging gepaard met een uren- zoniet dagenlange hoestbui. Maar ik moest en zou roken, het was immers stoer en het mocht van mijn oom.

De volgende dag moest ik naar school. Ik had een hekel aan school, werd gepest door klasgenoten en zelfs een leraar stak zijn afkeer jegens allochtonen niet onder stoelen en tafels. “Palmbomen zie je hier ook weleens, maar die horen niet hier, net als jij!” zei de leraar Engels me op een dag. Tijdens mijn schoolpauze werd ik door een groepje meegevraagd naar het parkje bij ons in de buurt. We zouden een uur spijbelen, die rotzak van Engels zou ons toch niet missen.

Ik ging mee, bietste een peuk en dronk een slok bier, en kotste m’n avondmaal eruit.. Ik voelde me vrij, blij en stoer dat ik dit met m’n vrienden mocht meemaken. We lachten om elkaar, en zij lachten om mij. Ik had gezworen nooit meer bier te drinken. Het was gezellig, de zon scheen en de eendjes kwaakten in de vijver. Opeens voelde ik een hand op m’n schouder. Het was m’n oom. Voor ik maar iets kon zeggen voelde ik een harde klap in m’n gezicht.

De klap was zo hard, dat de afdruk van zijn vingers op mijn wang dagen daarna nog opgezwollen was. Ik moest meteen meekomen. Meisjes mogen niet als slettebakken met jongens in het parkje hangen. Een net meisje zoals ik moest thuiskomen als ik vrij was. Anders zou ik de eer van de familie bezoedelen. Het werd me duidelijk dat ik alleen vrijheid kreeg als hij me die gaf, niet als ík die nam. Die avond maakte hij het goed. Het speet hem, gaf me geld om de volgende dag nieuwe jeans te kopen. Hij loog tegen mijn ouders dat ik iets voor hem moest halen. Ik mocht immers niet zelf winkelen, wat wel begrijpelijk was op mijn jonge leeftijd.

Die bewuste avond liep ik naar beneden om te plassen, mijn ouders waren weer weg, naar vrienden. Ik liep de woonkamer in en op dat moment zapte mijn oom snel weg. In de overtuiging een fractie van mijn lievelingsclip te hebben gezien, vroeg ik hem terug te zappen.

Dit deed hij. Na een paar minuten drong het tot me door. Ik stond aan de grond genageld. Mijn hart sloeg over om vervolgens tot in mijn haarpuntjes te roezen… toen ik zag dat een naakte man en vrouw, bizarre bewegingen maakten. Voor mijn gevoel keek ik minutenlang. Zij zat op haar knieën en hij duwde met zijn hand tegen haar achterhoofd. Alsof het niet diep genoeg was. Ik voelde me ineens misselijk en betrapt toen het besef kwam, dat ik dit eigenlijk niet mocht zien. En ik rende naar boven…

Categorieën
Opgelucht

In stilte bemind

Wervelstorm, overstroming onderdrukt
Een zoete zucht die smaakt
Als van een briesje in een woestijn
De tijdlijn van het buitenleven
Als een drukke vrijdagsmoskee

In de diepte van de nacht
De donkerte met een vochtige glans
De stilte van elkaars adem
Ingehouden als in een oerknal
beminnen wij elkaar…

In stilte bemind

Categorieën
Opgelucht

13 tips voor vrijgezelle vrouwen

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 13 14

Categorieën
Opgelucht

Haar ogen, oh Allah die lippen. Ik kijk haar even diep in haar ogen aan, kijken of de interesse wederzijds is. Oh ze keek, ze wil me.

Categorieën
Opgelucht

Het land van opa

Elk zomer leek het feest. We reisden duizenden kilometers af naar het zuiden. Het mooie warme zuiden. De palmbomen verwelkomden ons met flamboyante gezwaai. De geur van het land van vele kleuren doet alle zintuigen prikkelen. De mensen zijn er vriendelijker, het eten is lekkerder, de huizen mooier. Het land van opa…

Opa was een zelfverzekerde trotse man. Breed en groot van vorm, én, had ik ooit in al mijn onbevlektheid per ongeluk ontdekt, enorm. Die avond liep ik naar de badkamer om, zoals mijn gewoonte was elke avond, mezelf intiem te wassen en mijn tanden te poetsen. Toen ik zag dat de badkamer op slot was, wat ongewoon was rond dat tijdstip, kon ik het niet laten door de sleutelgat te gluren.

Het was een dermate traumatische ervaring, dat opa nooit meer hetzelfde werd. Ik was al best angstig voor zijn forse figuur, zijn harde stem, het geluid van zijn slepende sandalen als hij liep. Met deze bijkomstigheid durfde ik hem geen knuffel meer te geven, laat staan op zijn schoot te zitten..

Het huis waar we gedurende de vakantie verbleven was van mijn opa. Een prachtig huis, voor Nederlandse begrippen een gigantische villa!

Opa vertelde me altijd trots hoe hij jaar na jaar, steen voor steen, cent voor cent, eigenhandig erin had gestopt om het te krijgen wat het nu is geworden. En het was prachtig. De buitenkant oogde simpel, zoals gewoon was, wit geverfd met een blauwe onderrand. Maar binnen leek het een paleis.

In de ochtend rook je de geur van versgebakken brood en heerlijke traditionele pannenkoeken. In de middag rook het naar bloemen. Mijn tantes, nichten en oma maakten dagelijks het hele huis grondig schoon. En in de avond rook het naar wierook gemengd met de geur van het overheerlijke avondmaal. De nachten drongen tot diep in je poriën.. verse muntthee met versgebakken koekjes. Elke dag was een feest.

Terwijl het vrouwelijke deel van onze familie zich uitsloofde en de mannen de cafés bezetten, was ik meer geïnteresseerd in de groep jongens die dagelijks onze stoep bezetten. Ik probeerde dan ook steeds de klusjes buitenshuis te bedisselen. Klusjes zoals de stoep vegen en dweilen, ongebakken brood naar de plaatselijke oven brengen of onzinnige prulletjes kopen in de plaatselijke winkel van Achmed de Shelh op de hoek.

Naarmate ik ouder werd, kreeg ik steeds meer huiselijke taken. De stoep werd door mijn oudste tante geveegd en ik mocht niet meer naar buiten kijken.

Tóch deed ik dat! Elke mogelijkheid die ik kreeg, was een kans een blik te werpen op mijn jongens. Soms kon het minutenlang. Dan stond ik vanuit het raam te knipogen en te gebaren naar de leukste van de groep. Ik zag er niet op die leeftijd, droeg een buitenboordbeugel en had een pony die op z’n agressiefst een schaap kon slachten.
Maar de aandacht was heerlijk.

Tot die ene dag.. Ik poogde opnieuw een blik te werpen op de jongens, toen ineens mijn roze bloemetjes haarband die mn agressieve pony bijeen hield, uit het raam naar beneden viel. Dat was op zich niet zo’n heel groot probleem, ware het niet dat mijn opa, vanuit een andere raam, nét op het moment naar buiten keek dat een van de jongens mijn haarband naar boven wilde gooien. Niet alleen mijn haarband, maar de haarband met een wasknijper met briefje eraan.

Toen ik weer kon lopen en kijken, vond ik per toeval de brief, tussen de heilige boeken van mijn opa. Er stond in het Frans gekrabbeld: ‘Je t’aime, Hicham’ met 2 hartjes, scheelkijkend, want Hicham had humor, hand in hand.

Ik had mezelf de belofte gemaakt, nooit meer naar deze prachtige gevangenis terug te komen en verscheurde plechtig de brief die ik vervolgens weer terugstopte tussen de heilige boeken van mijn opa…

Categorieën
Opgelucht

De neukniqaab

Als we dan met de hele familie, mijn tantes, nichten en hun vriendinnen, in de grote woonkamer zaten, kwam er van alles op tafel. Ik kon mijn pret niet onder stoelen en tafels steken, en sprak flink en dapper mee.

Onder genot van heerlijke muntthee en koekjes werd er flink wat afgelachen. “Wisten jullie dat Saïd betrapt was?” Saïd was een jongen uit de buurt, bevriend met mijn neven. Een straatjongen, grote flirt, die altijd zijn beste “pssst” met een onwaarschijnlijke glimlach, bestaande uit kromme verkleurde tanden, tevoorschijn wist te toveren. Als je tussen zijn regels wist te lezen, kon je zijn bruine tanden door de vingers zien.

Lachend vertelde mijn nicht verder, terwijl ik stilletjes geboeid mijn oren spitste. “Je kent Fatima toch? Die eerst met de broodbakker was getrouwd.” In Marokko kennen we naast de broodbakker ook koekjesbakker, pannenkoekenbakker, donutbakker enz.

“Nee niet zij, die met dat plofhaar, met die lippen die je kunnen bedekken als je het koud hebt. Haha, ja zij!” De dames hadden lol en lagen letterlijk over elkaar heen te rollen van het lachen. Zoals gewoonlijk is, was er veel lichamelijk contact. Mijn ene nicht lag met haar hoofd op de schoot van mijn jongste tante, en zo hing iedereen wel een beetje tegen elkaar aan.

Mijn nicht vertelde verder over Fatima:
“Ze woont sinds haar scheiding weer bij haar ouders. Saïd, met dat gebit als de zwarte trap van het gerechtshof, wilde met haar afspreken. God mag weten wat hij in haar zag. Ewa als het melk moet overkoken*, worden mannen blind.”

Vraag me niet hoe, maar de betekenis van al die bedekte termen, kreeg ik jaren later in de gaten.

“Ze had haar moeder verteld dat een vriendin zou langskomen, het was alleen wel zo’n igwaniya (extremist). Zo eentje die gewoon liever niemand wil ontmoeten. Saïd had een niqaab op de markt gehaald en ging ‘s avonds bij haar langs. Ewa Fatima zei dat haar vriendin er was en opende zelf de deur. Ze nam Saïd die tijdens de wandeling naar Fatima’s slaapkamer was getransformeerd in Saïda mee. Ik weet niet hoe hij zijn zwaard had geslepen*, maar hij heeft haar ermee gedaan.
Haar vader was niet op de hoogte van haar bezoek. Toen de arme ouwe terug kwam van de moskee zag hij dat Zaynab niet beneden was om thee te maken. Hij ging naar boven en deed haar kamerdeur open en zag haar geknield op het bed met haar jurk omhoog tot haar billen en hij stond achter haar, met zijn (en weer klonk er gelach) met zijn zwaard door de zak van zijn jurk (hahaha). En zijn niqaab nog op zijn hoofd (hahaha).”
De vrouwen hielden het niet meer.

Het beeld van die twee bezig, gehuld in gewaden, was ook wel hilarisch. Deed ergens denken aan nonnenporno. Was het niet dat ik me meteen zorgen maakte om die meid. Wat zou de vader doen? Wat heeft hij gezien? Hoe liep het verder af? Dus vroeg ik dat.. maar ineens werd ik te jong gevonden. Ik mocht slechts luisteren, en vragen kon ik beter maar niet doen.

Jaren later begreep ik dat die vrouw ternauwernood aan de dood ontkomen is, en ergens in het zuiden leeft of zwerft of prostitueert of .. ach, wie vond dat nu boeiend?

Betekenissen:
* het melk moet overkoken: een man moet ejaculeren.
* zwaard geslepen: klaar voor copulatie.

Categorieën
Opgelucht

Eer..

“Mam, ik ga denk ik dood. Ik bloed heel erg”, zei ik met tranen in m’n ogen en een gesmoorde piepstem tegen mijn moeder. Mijn moeder keek me aan en keek naar de rode vlek op mijn broek. Stilzwijgend liep ze weg en kwam een poos later terug met schone kleren en een voor mij vreemd pakje. Ze keek ernaar, legde het subtiel neer op mijn bed en vertelde dat ik vanaf nu maandverband moest gebruiken. Ik veegde m’n betraande wangen en pakte het pakje maandverband argwanend van m’n bed.

“Always” stond er op de verpakking, toentertijd nog zonder vleugels en 10cm dik. Ik kleedde me uit, liep naar de douche waar ik probeerde te ontdekken wat de bedoeling was. Op goed geluk zou ik het snappen. Ik begreep al snel de dikke luier te plaatsen waar ik bloedde.

Ik kan me de dag als gister herinneren, de paniek, onmacht, onwetendheid, verdriet maar vooral angst wat door m’n lijf gierde. Ik besloot die dag altijd zwart te dragen, want stel dat ik plotseling ongesteld zou worden en iedereen die grote rode plek op mijn broek zou zien.

De volgende dag naar school droeg ik de zwartste kleding die ik maar had. Keek tevreden in de spiegel en stapte, m’n angst onderdrukkend, naar school. Stel dat ik zou doorlekken. Dan zouden de stoelen helemaal vies worden. Als 11-jarige was ik ten einde raad. Ik durfde niemand om advies te vragen.

Mijn moeder hield zich redelijk afzijdig, het enige dat ze zei was: “Je bent nu vrouw. Let op je eer!”
Ik besloot in plaats van één, twee verbanden te dragen. Ik kon er amper mee lopen. Ik voelde een dikke bobbel, vond m’n zwarte trui die over m’n billen kwam, te kort. Dus hield mijn jas aan in de klas.

Ik schaamde me voor m’n menstruatie. Vond het vreselijk. Had geen idee wanneer het kwam en wanneer het verdween. Ik voelde me aan mijn lot overgeleverd. Niemand in mijn klas was al ongesteld, tijdens gym was ik de enige met beginnende borstjes en haartjes. Ik was er heel vroeg bij wat dat betreft.

Niet veel later begon ik te begrijpen wat “eer” betekende. De schoolfeesten werden verboden. Spontaan en dus niet afgesproken opgehaald worden door een jongen uit m’n klas, werd bestraft met een klap en nooit meer schoolfeesten. Als ik bij een jongen achterop reed na werktijd (20u), kreeg ik diezelfde avond alle hoeken van mijn kamer te zien. Wanneer ik een andere route naar huis nam, dan de normale route, werd mijn agenda in beslag genomen en alle kusjes en groetjes van mijn vriendinnen eruit gescheurd. Werden alle posters van jongensbands van m’n muren gerukt en verscheurd.

Eer betekende, mijn vrijheid en privacy inleveren. Niet dat ik die ooit gehad heb, maar ik kreeg er naarmate ik ouder werd steeds meer behoefte aan. Eer betekende, om de meest onbenullige zaken een pak slaag krijgen. Het voelde voor mij als onrecht.

Eer betekende, mijn creativiteit ontwikkelen, altijd mogelijkheden bedenken om m’n vrijheid te kunnen verwerven, en als het uitkwam, altijd liegen, altijd! Het betekende stiekem vriendjes, stiekem alles!

Ik kreeg een grondige hekel aan eer, want ik beschouwde het als onterecht, gewelddadig, manipulerend en atopisch. Daar waar eer “waardevol” moet betekenen, voelde ik me waardeloos. Waar het trots betekende, voelde ik me beschaamd. Nee ik voelde me niet ootmoedig, ik werd juist zéér recalcitrant!

Eervol kun je alleen zijn en voelen als je een ouder hebt die een gids is voor zijn kind, en niet een poortwachter.

Categorieën
Opgelucht

Ontdoeken..

Zo’n dikke anderhalf jaar geleden was het dan zover. Hij ging eraf.

Het begon zo’n 12 jaar geleden. We liepen weer weg uit het MIC waar m’n ex zich had bekeerd en de laatste lessen volgde. Die waren meer voor mij, althans dat voelde zo, dan voor hem. M’n geweten ging knagen, als hij bekeert, kan ik niet achterblijven. Bovendien het is een prachtig symbool van liefde voor Allah.
Buiten vertelde ik dat ik hem ging dragen. De Hoofddoek.

Vol trots heb ik hem gedragen. M’n hart opende zich voor mooie dingen, en m’n oren sloten zich voor slechte geluiden. Mensen konden niet om me heen, ik stond daar. Love me or leave me. En het werd vaak positief beantwoord.

Veelal met: “Maar jij bent anders!” Hier had ik een hekel aan. Wat maakt me anders dan de rest? Dat ik de taal spreek? Ik liet het allemaal van m’n rug, over m’n toen nog kleinere kont afglijden.

Jaren later… M’n overtuiging stond nog overeind! Als een huis. Tot het in één klap inzakte.
Het was niet meer mijn keuze. Ik was er kwaad om geweest. De gebeurtenis staat nog helder op m’n netvlies gebrand.

Ik mocht kiezen. Maar voor mij bestond er geen keuze. De (in mijn geval, religieuze) mens is immers gemaakt voor het paradox. De mens moet vliegen, proeven, ruiken.. anders ben je geen mens, maar een machine. De mens mag falen, het verboden begeren. Om weer terug te komen met: “Je had gelijk, het was een foute keuze.”

Terug naar m’n hoofddoek. Míjn liefde voor het stukje stof keerde ons de rug toe. Ik voelde me steeds meer gevangen. Niet omdat anderen – anderen waren de niet-moslims cq twitteraars, die me liever zonder dan mét zagen – dat zo graag wilden. Ik voelde me klem, m’n brein stuiterde, m’n lichaam werd opstandig, m’n haar werd wild. Ik brandde, gloeide van verlangen de wind te voelen.

Het stukje stof dat strak om mijn hoofd zat, maakte zich steeds losser, en de eerste lokken verschenen. Daarmee ook mijn twijfel, schuldgevoel, onderzekerheid en zo meer.
Richting Amsterdam waaide het doek voor het eerst van m’n hoofd. Eerst voorzichtig bij vrienden thuis, daarna met een groep vrienden bij een café. De groep vrienden negeerden me totaal, want.. ik werd niet herkend. Behalve eentje, en toen volgde de rest.

Om me heen vielen er steeds meer “vrienden” weg, mensen keken de andere kant op. Ik was een slechte vrouw, nu ik koos zonder hoofddoek door het leven te gaan. Een vrouw zei nog, “het is een fase, laat het kort zijn”. Een andere zei: “Jammer, jammer voor jou.” Weer een ander zei: “What have you done?! I’m gonna kill you”

Later ook andere geluiden als… “Dapper van je!” “Ik wou dat ik het durfde.” en “Ik heb hem nu alleen tijdens m’n werk af, maar m’n familie weet het niet.”

De innerlijke strijd is er eentje die ik altijd zal blijven voeren. Ben ervoor in de wieg gelegd. Ben er ook steeds beter in, ik klap inmiddels net zo hard terug. Aan de andere kant, ik voel me vrijer als ooit tevoren.

Dat kan niemand me afnemen.

Categorieën
Opgelucht

.. en toeverlaat!

Sinds lange tijd durf ik me weer te vertonen bij m’n gehoofddoekte vriendinnen. Al moet ik zeggen dat ik ook geen zin had in confrontatie en uitleg. Vrouwen zijn krengen, trutten, bitches, heksen als het gaat om het veroordelen van anderen en allerlei andere zaken.

Maar deze vriendin niet..
Of ik zin had om bij haar te komen lunchen. Het leek ook voor haar een overwinning me weer uit te nodigen. Inmiddels een dochtertje rijker was ze ook druk met zichzelf en de luiers bezig geweest.
Voor ik kon antwoorden, schreeuwden m’n meiden in koor: “Jaaaaaa!!”
Behalve m’n luiheid om wat klaar te maken, vond ik het ook wel weer gezellig. Zij was tot nu altijd de enige geweest waar ik zonder oordeel m’n verhaal mee kon bespreken en andersom.
Op mijn vraag hoe het nu tussen haar en haar moeder ging, antwoordde ze nonchalant dat ze geen last heeft van haar, want ze zat een paar maanden in Marokko. Opeens kregen haar ouders het besef dat al hun moskeegaande vrienden en vriendinnen verdwenen waren. Steeds meer eerste generatie pot haar geld op voor een drie maanden trip naar het zuiden en sommigen overzomeren of overwinteren daar zelfs zes maanden.
Ik zag er goed uit, volgens mijn vriendin. Ik grapte dat het tijd was voor een nieuwe man. Hoewel het niet echt een grap was, want het was zo. Het alleen zijn was fijn, maar de zomer kwam eraan.. en dan tja… Hoewel ik heel lang nog niet toe was aan een nieuwe relatie, en de mannen die op mijn pad kwamen me nog niet genoeg raakten, vond ik het wel goed geweest.
De pijn van het scheiden was echter nog niet over, mijn ex was immers een gouden man met een gouden hart. Hij zei me ooit, dat hij niet begreep dat (vooral Marokkaanse) vrouwen je een beeld voorhouden dat ze helemaal niet blijken te zijn. Ik ben in de loop der jaren zo veranderd dat ik me aangesproken voelde en me geroepen voelde ertegenin te gaan. Een Marokkaans meisje wordt over het algemeen thuis gehouden en pas als ze trouwt mag ze het huis uit. Op zich niets mis mee, maar mensen realiseren zich te weinig dat zo’n vrouw totaal nog niet zelfstandig heeft leren leven. Dit was niet erg, want de man zorgt wel voor haar.
Voor mij werkte het op gegeven moment niet meer. De hunker naar vrijheid en zelf keuzes maken en beslissingen nemen werd te groot. Voor ex-lief waren de veranderingen dusdanig veel dat hij me onbewust in een wurggreep hield, waar ik me uiteindelijk los van wist te wrikken.
Heel pijnlijk, want we hebben lang gevochten om bij elkaar te zijn, nu vocht ik om alleen te zijn.
En dan sta je uiteindelijk alleen voor alles wat op je pad komt, waaronder de grootste verantwoordelijkheid… opvoeding van je kinderen. Voorheen kon ik nog terugvallen, dat is over.
In een eerdere blog is te lezen dat mijn ouders het niet altijd goed hebben gedaan in mijn ogen. Het ontdekken van eigen patronen, dagelijkse analyses en overdenkingen, zelfverbeteringen, nieuwe regels uitproberen, toepassen en veranderen omdat ze toch niet blijken te werken.
Kortom, ik moet het wiel opnieuw uitvinden. Ik kan niet aankloppen bij m’n moeder met de vraag: “Hoe deed jij dat nou vroeger?” Omdat hoe zij het deed, niet is hoe ik het wil doen.
M’n vriendin beaamde dat. Alleen het uitvinden van de wiel viel voor haar wat zwaarder. We spraken af dat we elkaar wat meer zouden steunen, wat meer zouden delen in twijfels en tekortkoming. En er meer voor elkaar zouden zijn…
.. en ik had m’n gehoofddoekte vriendin toch best gemist.