Dit stuk werd eerder op FrontaalNaakt gepubliceerd.

Ik heb vroeger als kind weleens iets gestolen. Een reepje chocola bij de HEMA. Ik was toen twaalf jaar. De ontwikkeling van mijn geweten was in volle gang. Hoewel dat weleens op het randje balanceerde, die ontwikkeling, heb ik toch een redelijk geweten (we noemen het Kompas) weten op te bouwen.

Als achttienjarige ben ik teruggegaan naar de HEMA. Heb ik de manager verteld over mijn diefstal, jaren geleden, en bood, naast mijn excuses, aan om nog een reep te kopen en het dubbele te betalen. Waarom? Omdat Kompas vreselijk zat te knagen. De manager vomd het geweldig en gaf me de reep gratis mee, als dank voor mijn eerlijkheid.

Halve moslim

Nu knaagt Kompas op een heel andere manier. Opvoeding is de invloed die je ouders bewust en onbewust uitoefenen op jou als kind. Later filter je er de goede dingen uit, en ontdek je voor jezelf hoe je de hiaten die ontstaan zijn, opvult met iets dat beter past. “Mijn ouders deden het vroeger zo, maar zo wil ik het echt niet doen,” hoor je mensen vaak zeggen.

Religie daarentegen laat geen hiaten. Religie is er, of is er niet. Je bent moslim, of je bent het niet. Een halve moslim bestaat in mijn ogen niet. Een falende moslim daarentegen weer wel. Een falende moslim denkt: ja ik geloof dat er een god is, en nee, ik heb geen tijd en zin om voor hem te bidden. Of: de koran is een mooi symbolisch verhaal, maar niet meer te rijmen in het hier en nu.
Ik ben een geslaagd voorbeeld van een falende moslim. Vind ik zelf.

Poorten van het Paradijs

Veel mensen zijn het niet met me eens. Want ik ben lief en goed en zorgzaam en eerlijk en ik doe geen kwaad en ik heb lief en, en, en. En dan komt Kompas. “Je kan wel zo lief en alles zijn en zo, maar regels zijn regels. En als je je er niet aan houdt, dan wacht Hellevuur je op.”

Ik probeer Kompas steeds uit mijn kop te verbannen. Maar dan hoor ik ‘het goede’ op m’n rechterschouder berispend fluisteren: “Kompas is lastig, maar hij heeft gelijk. Luister toch naar hem. Kompas is je hart. Kompas wil dat je naar het Paradijs gaat. Denk aan je kinderen, denk aan je overleden zoontje. Denk aan het verdriet dat je je ouders en vooral je moeder aandoet. Je moeder, die de sleutel heeft tot de poorten van het Paradijs.”

Onmogelijke wurggreep

‘Het kwade’ fluistert dan weer heel sluw: “Is dat wat je wilt? Wil je niet genieten? Wil je niet gelukkig zijn? Wil je naast je geliefde wakker worden? Wil je niet vrij zijn van al die shizzle die geloof heet? Voel eens hoe erg je het mist. Voel je verdriet en eenzaamheid. Je wilt dolgraag weer bij hem zijn. Want je houdt van hem, je wilt nu leven en genieten met hem.”

Ik kom er niet tussen. En ondertussen houdt Kompas me in een onmogelijke wurggreep. De ene dag bid ik tot Allah dat Hij me zal leiden en me zal vergeven, en huil ik om wie ik ben geworden en wat ik doe.

Stomme gast

Tijdens een gesprek met mijn vrienden was er weinig begrip voor mijn keuze voor de islam. Hoe kon ik toch geloven in een God die me zou straffen als ik een liefde heb die geen moslim is? Het leven draait toch om elkaar liefhebben? Wat een ‘stomme gast’ is het dan, dat hij mij hiervoor zou willen straffen!

In een gesprek met mijn moeder was er weinig begrip voor mijn liefde voor een niet-moslim. “Hou je gevoelens in en vraag Allah om leiding. Of hij moet zich bekeren. Maar je zegt dat hij dat niet wil. Hoe kun je van iemand houden die niet van Allah houdt? Ik wil hem niet ontmoeten, zolang hij geen moslim is. Al zou ik sterven. Jij bent mijn dochter, jij blijft altijd welkom bij me.”

Mijn leven lang leid ik een dubbelleven. Dat is het offer dat je als tweedegeneratieimmigrant (wat een kutwoord) moet brengen. Voor elke groep mensen ben je een andere persoon met andere ideeën. En diep in mijn hart heb ik gekozen voor de Islam en voor wat Allah verboden heeft. Ik kan niet kiezen. Het leeft samen naast elkaar.

Een onlosmakelijke paradox. Dát is mijn kompas.

Vliegen en vrijheid

En de andere dag vergeet ik Allah en geniet ik van de aanwezigheid van mijn liefste. Geniet ik van zijn lach en wil ik hem over zijn hele gezicht kussen. Geniet ik van zijn aanraking en wil onlosmakelijk tegen hem aan kruipen. Geniet ik van ons samenzijn en droom ik van vliegen en vrijheid. Haal ik diep adem als we een fijne wandeling maken. Sta ik buiten op het balkon, in zijn armen, te genieten van Jupiter en andere planeten en sterren.

En besef ik… Allah bestaat.. en begint alles weer opnieuw.

Verleidingen weerstaan

Me hiervan losmaken is onmogelijk. De wetenschap dat je bij rood stoplicht moet stoppen, kun je niet vergeten. Net als de wetenschap dat Allah bestaat. Het is mijn wetenschap, niet die van jou. En daarmee gelden al Zijn regels… en al Zijn beloningen en al Zijn straffen.

Het leven was zoveel makkelijker geweest als ik als mens de verleidingen van het leven hier kon weerstaan, of als er geen verleidingen voor me bestonden. Maar dan zou het geen leven zijn, en geen test, zoals mijn god Zijn plan voor mij bedoeld heeft.

Ik vrees .. en ik geniet.
Ik huil .. en ik heb lief.
Ik dwaal .. en verlies..
af en toe, en ik verkies
mijn wens soms boven
de Zijne.

 

 

1 reactie

  1. laura meijer 28 januari 2014 om 22:11

    Poe poe poe wat een scheuringen!!!
    Wat jij Kompas noemt, noem ik: conditioneringen, diepgewortelde culturele overtuigingen, die waarschijnlijk al vele generaties geleden zijn gegroeid op een bodem van onzekerheid en angst. Regels en verboden zijn van het bange verstand.

    God is in mijn beleving van het hart en stijgt uit boven het menselijk begrip en het welles-nietes denken. God is liefde, erbarmen en totaal accepteren zonder oordeel.
    Verwarring over deze grootheden leidt volgens mij tot enorme misvattingen die grote pijnlijke gevolgen hebben voor ons zelf en de komende generaties.

     

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *