Na lang tobben, besloot ik toch te gaan. Simpel omdat ik geen mogelijkheid zag op een ander tijdstip zijn grafje te bezoeken.

De lucht werd steeds donkerder. Mijn schoenen steeds zwaarder. In de auto draaide ik de volumeknop van de radio naar het maximale. Vast om mijn gevoel te overstemmen.
Terwijl dikke druppels regen over de voorruit gleden, twijfelde ik of ik nog even zou wachten tot het wat droger was. Langzaam reeds ik de oprit op, richting de parkeerplek van de begraafplaats.

Ik parkeerde de auto op 2 parkeerplekken, iets wat ik normaal niet doe. Nu had ik weinig zin en kracht mezelf te corrigeren. Ik stapte uit de auto. In gedachte wilde ik het liefst terug in de auto en wegrijden. Maar ik was er nu eenmaal.. alleen. Zo voelde dat en zo was dat ook.

Traag zette ik mijn stappen voort. Ik werd bevangen door sereniteit. De vogels leken me te begroeten. Het ene vogeltje liet het lucht door zijn strotje harder trillen dat het andere vogeltje. De bijna kale boomtoppen dansten door de wind. Ze dansten voor mijn komst.

Ik drukte met een handig gebaar de knop van het hekje open en liep het lange pad op. Links ligt Joop Lutzer. Een minimale steen op zijn graf, met slechts de woorden: ‘Rust zacht.’ Rechts ligt er een jongeman, zijn naam doet Surinaams aan. Hij hield van basketbal. Jong gestorven.. ik kan enkel verzinnen hoe hij gestorven is. M’n stappen vertragen, ik ben er bijna. De brok in m’n keel slik ik weg. Het is altijd een verrassing hoe het grafje ‘erbij ligt’. Zou het geplante boompje al groeien? Zouden er nog meer kindjes bijgekomen zijn?

Zijn grafje was het eerste. Het eerste moslimgrafje, daarna volgden meer. Wij vonden het belangrijk dat ons kind een moslimgrafje zou krijgen. Met het hoofd naar het oosten gericht, volgens islamitisch gebruiken. Naast moslims hebben ook joden dit gebruik.

Ik sta aan het voeteinde. Zachtjes fluister ik wat woordjes toe. Dat ik wel gek lijk. Dat ik hem soms zo vreselijk mis. Dat hij een prachtig jongetje zou zijn geweest. Dat hij nu in betere handen is. Dat hij uit mijn leven is, maar niet uit mijn hart. Terwijl het is opgehouden met regenen, biggelen de tranen over mijn wangen. Ik voel me schuldig. Ik mag niet huilen bij een graf. Niet volgens de islamitische gebruiken. Ik ga door… voel me leeg.. In mijn hart leeft hij door. Ik probeer me soms voor te stellen hoe hij eruit zou hebben gezien. Een stoer groot vastberaden jochie. Gepassioneerd en emotioneel. We zouden elkaar goed hebben aangevoeld. We zouden weinig woorden nodig hebben gehad. Net als nu.. weinig woorden.

Ik hou het beeld vast..
Traag loop ik terug naar de auto. Bij het opstarten klinkt het luid door de boxen: “I feeeeeeeeel good!!” van James Brown.

 

1 reactie

  1. Wim 17 mei 2013 om 20:09

    Mooi en ontroerend verhaal. Goed dat je gegaan bent…

     

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *