Categorieën
Opgelucht

De neukniqaab

Als we dan met de hele familie, mijn tantes, nichten en hun vriendinnen, in de grote woonkamer zaten, kwam er van alles op tafel. Ik kon mijn pret niet onder stoelen en tafels steken, en sprak flink en dapper mee.

Onder genot van heerlijke muntthee en koekjes werd er flink wat afgelachen. “Wisten jullie dat Saïd betrapt was?” Saïd was een jongen uit de buurt, bevriend met mijn neven. Een straatjongen, grote flirt, die altijd zijn beste “pssst” met een onwaarschijnlijke glimlach, bestaande uit kromme verkleurde tanden, tevoorschijn wist te toveren. Als je tussen zijn regels wist te lezen, kon je zijn bruine tanden door de vingers zien.

Lachend vertelde mijn nicht verder, terwijl ik stilletjes geboeid mijn oren spitste. “Je kent Fatima toch? Die eerst met de broodbakker was getrouwd.” In Marokko kennen we naast de broodbakker ook koekjesbakker, pannenkoekenbakker, donutbakker enz.

“Nee niet zij, die met dat plofhaar, met die lippen die je kunnen bedekken als je het koud hebt. Haha, ja zij!” De dames hadden lol en lagen letterlijk over elkaar heen te rollen van het lachen. Zoals gewoonlijk is, was er veel lichamelijk contact. Mijn ene nicht lag met haar hoofd op de schoot van mijn jongste tante, en zo hing iedereen wel een beetje tegen elkaar aan.

Mijn nicht vertelde verder over Fatima:
“Ze woont sinds haar scheiding weer bij haar ouders. Saïd, met dat gebit als de zwarte trap van het gerechtshof, wilde met haar afspreken. God mag weten wat hij in haar zag. Ewa als het melk moet overkoken*, worden mannen blind.”

Vraag me niet hoe, maar de betekenis van al die bedekte termen, kreeg ik jaren later in de gaten.

“Ze had haar moeder verteld dat een vriendin zou langskomen, het was alleen wel zo’n igwaniya (extremist). Zo eentje die gewoon liever niemand wil ontmoeten. Saïd had een niqaab op de markt gehaald en ging ‘s avonds bij haar langs. Ewa Fatima zei dat haar vriendin er was en opende zelf de deur. Ze nam Saïd die tijdens de wandeling naar Fatima’s slaapkamer was getransformeerd in Saïda mee. Ik weet niet hoe hij zijn zwaard had geslepen*, maar hij heeft haar ermee gedaan.
Haar vader was niet op de hoogte van haar bezoek. Toen de arme ouwe terug kwam van de moskee zag hij dat Zaynab niet beneden was om thee te maken. Hij ging naar boven en deed haar kamerdeur open en zag haar geknield op het bed met haar jurk omhoog tot haar billen en hij stond achter haar, met zijn (en weer klonk er gelach) met zijn zwaard door de zak van zijn jurk (hahaha). En zijn niqaab nog op zijn hoofd (hahaha).”
De vrouwen hielden het niet meer.

Het beeld van die twee bezig, gehuld in gewaden, was ook wel hilarisch. Deed ergens denken aan nonnenporno. Was het niet dat ik me meteen zorgen maakte om die meid. Wat zou de vader doen? Wat heeft hij gezien? Hoe liep het verder af? Dus vroeg ik dat.. maar ineens werd ik te jong gevonden. Ik mocht slechts luisteren, en vragen kon ik beter maar niet doen.

Jaren later begreep ik dat die vrouw ternauwernood aan de dood ontkomen is, en ergens in het zuiden leeft of zwerft of prostitueert of .. ach, wie vond dat nu boeiend?

Betekenissen:
* het melk moet overkoken: een man moet ejaculeren.
* zwaard geslepen: klaar voor copulatie.

Categorieën
Opgelucht

Eer..

“Mam, ik ga denk ik dood. Ik bloed heel erg”, zei ik met tranen in m’n ogen en een gesmoorde piepstem tegen mijn moeder. Mijn moeder keek me aan en keek naar de rode vlek op mijn broek. Stilzwijgend liep ze weg en kwam een poos later terug met schone kleren en een voor mij vreemd pakje. Ze keek ernaar, legde het subtiel neer op mijn bed en vertelde dat ik vanaf nu maandverband moest gebruiken. Ik veegde m’n betraande wangen en pakte het pakje maandverband argwanend van m’n bed.

“Always” stond er op de verpakking, toentertijd nog zonder vleugels en 10cm dik. Ik kleedde me uit, liep naar de douche waar ik probeerde te ontdekken wat de bedoeling was. Op goed geluk zou ik het snappen. Ik begreep al snel de dikke luier te plaatsen waar ik bloedde.

Ik kan me de dag als gister herinneren, de paniek, onmacht, onwetendheid, verdriet maar vooral angst wat door m’n lijf gierde. Ik besloot die dag altijd zwart te dragen, want stel dat ik plotseling ongesteld zou worden en iedereen die grote rode plek op mijn broek zou zien.

De volgende dag naar school droeg ik de zwartste kleding die ik maar had. Keek tevreden in de spiegel en stapte, m’n angst onderdrukkend, naar school. Stel dat ik zou doorlekken. Dan zouden de stoelen helemaal vies worden. Als 11-jarige was ik ten einde raad. Ik durfde niemand om advies te vragen.

Mijn moeder hield zich redelijk afzijdig, het enige dat ze zei was: “Je bent nu vrouw. Let op je eer!”
Ik besloot in plaats van één, twee verbanden te dragen. Ik kon er amper mee lopen. Ik voelde een dikke bobbel, vond m’n zwarte trui die over m’n billen kwam, te kort. Dus hield mijn jas aan in de klas.

Ik schaamde me voor m’n menstruatie. Vond het vreselijk. Had geen idee wanneer het kwam en wanneer het verdween. Ik voelde me aan mijn lot overgeleverd. Niemand in mijn klas was al ongesteld, tijdens gym was ik de enige met beginnende borstjes en haartjes. Ik was er heel vroeg bij wat dat betreft.

Niet veel later begon ik te begrijpen wat “eer” betekende. De schoolfeesten werden verboden. Spontaan en dus niet afgesproken opgehaald worden door een jongen uit m’n klas, werd bestraft met een klap en nooit meer schoolfeesten. Als ik bij een jongen achterop reed na werktijd (20u), kreeg ik diezelfde avond alle hoeken van mijn kamer te zien. Wanneer ik een andere route naar huis nam, dan de normale route, werd mijn agenda in beslag genomen en alle kusjes en groetjes van mijn vriendinnen eruit gescheurd. Werden alle posters van jongensbands van m’n muren gerukt en verscheurd.

Eer betekende, mijn vrijheid en privacy inleveren. Niet dat ik die ooit gehad heb, maar ik kreeg er naarmate ik ouder werd steeds meer behoefte aan. Eer betekende, om de meest onbenullige zaken een pak slaag krijgen. Het voelde voor mij als onrecht.

Eer betekende, mijn creativiteit ontwikkelen, altijd mogelijkheden bedenken om m’n vrijheid te kunnen verwerven, en als het uitkwam, altijd liegen, altijd! Het betekende stiekem vriendjes, stiekem alles!

Ik kreeg een grondige hekel aan eer, want ik beschouwde het als onterecht, gewelddadig, manipulerend en atopisch. Daar waar eer “waardevol” moet betekenen, voelde ik me waardeloos. Waar het trots betekende, voelde ik me beschaamd. Nee ik voelde me niet ootmoedig, ik werd juist zéér recalcitrant!

Eervol kun je alleen zijn en voelen als je een ouder hebt die een gids is voor zijn kind, en niet een poortwachter.

Categorieën
Opgelucht

Ontdoeken..

Zo’n dikke anderhalf jaar geleden was het dan zover. Hij ging eraf.

Het begon zo’n 12 jaar geleden. We liepen weer weg uit het MIC waar m’n ex zich had bekeerd en de laatste lessen volgde. Die waren meer voor mij, althans dat voelde zo, dan voor hem. M’n geweten ging knagen, als hij bekeert, kan ik niet achterblijven. Bovendien het is een prachtig symbool van liefde voor Allah.
Buiten vertelde ik dat ik hem ging dragen. De Hoofddoek.

Vol trots heb ik hem gedragen. M’n hart opende zich voor mooie dingen, en m’n oren sloten zich voor slechte geluiden. Mensen konden niet om me heen, ik stond daar. Love me or leave me. En het werd vaak positief beantwoord.

Veelal met: “Maar jij bent anders!” Hier had ik een hekel aan. Wat maakt me anders dan de rest? Dat ik de taal spreek? Ik liet het allemaal van m’n rug, over m’n toen nog kleinere kont afglijden.

Jaren later… M’n overtuiging stond nog overeind! Als een huis. Tot het in één klap inzakte.
Het was niet meer mijn keuze. Ik was er kwaad om geweest. De gebeurtenis staat nog helder op m’n netvlies gebrand.

Ik mocht kiezen. Maar voor mij bestond er geen keuze. De (in mijn geval, religieuze) mens is immers gemaakt voor het paradox. De mens moet vliegen, proeven, ruiken.. anders ben je geen mens, maar een machine. De mens mag falen, het verboden begeren. Om weer terug te komen met: “Je had gelijk, het was een foute keuze.”

Terug naar m’n hoofddoek. Míjn liefde voor het stukje stof keerde ons de rug toe. Ik voelde me steeds meer gevangen. Niet omdat anderen – anderen waren de niet-moslims cq twitteraars, die me liever zonder dan mét zagen – dat zo graag wilden. Ik voelde me klem, m’n brein stuiterde, m’n lichaam werd opstandig, m’n haar werd wild. Ik brandde, gloeide van verlangen de wind te voelen.

Het stukje stof dat strak om mijn hoofd zat, maakte zich steeds losser, en de eerste lokken verschenen. Daarmee ook mijn twijfel, schuldgevoel, onderzekerheid en zo meer.
Richting Amsterdam waaide het doek voor het eerst van m’n hoofd. Eerst voorzichtig bij vrienden thuis, daarna met een groep vrienden bij een café. De groep vrienden negeerden me totaal, want.. ik werd niet herkend. Behalve eentje, en toen volgde de rest.

Om me heen vielen er steeds meer “vrienden” weg, mensen keken de andere kant op. Ik was een slechte vrouw, nu ik koos zonder hoofddoek door het leven te gaan. Een vrouw zei nog, “het is een fase, laat het kort zijn”. Een andere zei: “Jammer, jammer voor jou.” Weer een ander zei: “What have you done?! I’m gonna kill you”

Later ook andere geluiden als… “Dapper van je!” “Ik wou dat ik het durfde.” en “Ik heb hem nu alleen tijdens m’n werk af, maar m’n familie weet het niet.”

De innerlijke strijd is er eentje die ik altijd zal blijven voeren. Ben ervoor in de wieg gelegd. Ben er ook steeds beter in, ik klap inmiddels net zo hard terug. Aan de andere kant, ik voel me vrijer als ooit tevoren.

Dat kan niemand me afnemen.