Je was mijn eerste.. m’n aankomend gelukje.

Ik wist dat je een jongetje zou worden. Dat voelde ik. Ik had ook alleen een jongensnaam kunnen bedenken. In mijn hoofd was er geen ruimte voor een meisjesnaam.
Door de verloskundigen werd me steeds gevraagd of ik je goed kon voelen. Ik antwoordde dat dit wel het geval was. Eén keer per dag wist je me te verrassen met een geringe beweging. Ondanks dat ik me niet goed voelde, had ik geen idee wát ik dan precies zou moeten voelen.
Tot ik 31 oktober 2002 wakker werd om 4u. Ik maakte mijn lief wakker: “Ik voel m’n benen niet meer.” We belden naar de spoedeisende hulp, de achterwacht van het verloskundigenpraktijk.
Ze werkten er met z’n vieren. En net die nacht was de dame in dienst die me tijdens m’n zwangerschap naar huis stuurde met: “U moet zich niet aanstellen, alle zwangere vrouwen houden vocht vast. Drink goed, en veel. Eet vochtafdrijvende groenten, zoals komkommer en bleekselderie. Even je benen omhoog, dan komt het goed.”
Ik voelde me niet serieus genomen. Ik voelde toch zelf dat er iets niet klopte? Ze maakte het dan vriendelijk af met: “Begrijpt u me?”
Die ochtend kreeg ik die vrouw aan de lijn: “Sorry mevrouw, maar we hebben momenteel geen ruimte voor een afspraak. Je kunt na dit weekend even langskomen.” Ik hield voet bij stuk en drong aan diezelfde ochtend nog voor een afspraak. Uiteindelijk mocht ik langskomen om 11u.
Ze had speciaal voor mij ruimte gemaakt tijdens haar pauze. Ik voelde me eerder gefrustreerd dan vereerd. Opnieuw gaf ze me dezelfde tips en wilde ze me naar huis sturen. Ik weigerde dat. Woest als ik was riep ik dat ze mij moest testen, geen idee waarop, maar ze moest iets doen. Ik trok mn broek en liet haar m’n benen zien. Door het vele vocht dat m’n lichaam vasthield, was de voorkant van mn benen spierwit en opgezwollen. De achterkant daarentegen was paars van het weggedrukte bloed.
Uiteindelijk na mijn gedram gaf ze me een bekertje, ik mocht morgen urine inleveren. Ik ben daar ter plekke naar het toilet gegaan en niet lang daarna dwong ik haar mijn urine te controleren. Ze kwam erachter dat de eiwitgehalte in m’n urine hoger was dan toegestaan is, en ik krijg een verwijzing naar het ziekenhuis.
De daar dienstdoende gynaecoloog wachtte niet op uitslag, maar maande me direct mn kleding en babykleding te halen thuis. Ik moest plat. Hier had ik niet op gerekend, ik had de volgende dag een toets waar ik hard voor geleerd had. Maar dat mocht niet meer.
Weer aangekomen in het ziekenhuis met mijn kleding en die van de baby, werd ik direct naar een kamer geleid en mocht ik niet meer opstaan.
Donderdag en vrijdag verstreken, en de volgende ochtend kreeg ik de urine-uitslag binnen. Ik had 300x de toegestane hoeveelheid eiwit in mijn urine en bleek een zware vorm van pre-eclampsie (ook wel zwangerschapsvergiftiging genoemd) te hebben. Aan mijn bloeddruk konden de vroedvrouwen nooit iets zien. De normale bloeddruk bij een vrouw ligt gemiddeld op de 120/90. Later kwam ik erachter dat mijn normale bloeddruk rond de 90/65 lag. Als je volgens de normen van pre-eclampsie 15 erbij optelt, is er sprake van te hoge bloeddruk. De mijne bleek op dat moment 110/85. Dat was al veel te hoog.
Die zaterdagavond, zou m’n lief na het bezoekersuur vertrekken, dit was rond 20u. Ik vroeg de zuster of ik dat kleine stukje naar de lift even mee mocht lopen. Op dat moment voelde ik hevige steken in mijn buik. Ik stelde hem gerust en liep terug naar m’n bed. Toen de steken erger werden heb ik een zuster gealarmeerd. Na een warme douche kreeg ik een CTG-scan op m’n buik.
Hieruit bleek dat het hartje van mn kleintje onregelmatig klopte, heel snel, dan weer heel langzaam.. of was dat mijn hart? En dan hoorde je niets meer, om vervolgens weer het hartje heel snel te horen kloppen. Volgens de CTG had ik geen weeen, en bij het toucheren had ik geen bloedingen. De arts in opleiding belde de dienstdoende gynaecoloog en vertelde hem “dat het wel ging”!
Toen rond 23.30u nog geen verbetering was, is de gynaecoloog opnieuw gebeld. Zijn komst zorgde voor een wervelstorm, die ik me liever niet meer herinner. Ineens kreeg ik allerlei buisjes en naalden in mijn lichaam, het OK werd klaargemaakt en ik werd binnen een kwartier afgevoerd. Ik had m’n lichaam niet meer onder controle en kwam in een shocktoestand. Tijdens “m’n reis” naar de OK kon het me allemaal niets meer schelen. Ik voelde geen pijn meer, en was langzaam aan het wegzakken.
Vanaf 20u tot 00.00u had ik een placentaloslating, het bloed van de inwendige bloeding ging boven m’n baarmoeder zitten, in plaats van dat het eruit kwam. Volgens de gynaecoloog scheelde het een haartje of ik was er niet meer geweest.
Een paar uur later hoorde ik 2 mannen in de verte tegen elkaar fluisteren. Het geluid kwam steeds dichterbij. Ik was wakker, maar ook weer niet. Op dat moment wist ik dat mijn Kleintje niet meer was. Ik kon niets uitbrengen. M’n man die immens veel verdriet had, probeerde het me te vertellen en op dat moment bracht ik uit: “Allahu Akbar, God is groot.. Kleintje is op een betere plaats dan deze bedorven aarde.
Ik hield me groot voor m’n bezoekers .. was dankbaar voor wat er gebeurd was. Ik troostte iedereen om me heen, omdat iedereen meer verdriet voelde dan ik. Ik sloot me af, wilde, kon, durfde niets te voelen…
 

2 reacties

  1. yvonne 5 januari 2011 om 20:09

    Wat een ontzettend verdrietig, afschuwelijk verhaal. Lieve Amoorah, ik wist niet dat je zoiets afschuwelijks hebt meegemaakt. In gedachten geef ik je een knuffel. Heel veel sterkte.
    Groet van Vladia Vostock.

     
  2. All about Life 3 november 2011 om 22:54

    Alle liefde en sterkte van de wereld zal iedere dag van je leven in je zijn, lieve F., en weet je wat, dat is al zo. Ik stuur je een lieve lieve knuffel en kus en warmte XXX

     

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *